stichting Begeleide Zelfzorg lanceert Trombose Zorgcirkel
Artikel gepubliceerd in "De nieuwe praktijk", een initatief van de LHV, het NHG en het ministerie van VWS
Anderhalve lijnszorg: begeleide zelfzorg trombose
Een interview met David Kat, innovatiedeskundige en secretaris Stichting Begeleide Zelfzorg

Een geïnformeerde trombosepatiënt weet wanneer hij aan de bel moet trekken. Bovendien zal iemand die zijn ziekte 'begrijpt', zijn medicijnen trouwer slikken. Stichting Begeleide Zelfzorg wil aantonen dat veel complicaties van medicaties te vermijden zijn. Door betere voorlichting aan de patiënt en optimale communicatie tussen huisarts, apotheek en trombosedienst.
Patiënt beter informeren over zijn eigen aandoening
Elk jaar worden er 34.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen door verkeerd medicijngebruik. Een kleine 10 % is het gevolg van verkeerd gebruik van antistollingsmedicijnen. De HARM-studie naar medicatieveiligheid zegt dat het aantal ziekenhuisopnames met 50% teruggebracht kan worden. "Een deel daarvan kan vermeden worden door de patiënt te informeren over zijn eigen aandoening," zegt David Kat, innovatiedeskundige en secretaris Stichting Begeleide Zelfzorg.
David Kat was zes jaar geleden patiënt in het AMC. Hij ondervond aan den lijve dat het prettig is als je bekend bent met de mechanismen van een ziekte. "Je weet wat de voor- en nadelen zijn van verschillende keuzes die je voorgelegd krijgt. Je kunt met de artsen meepraten als mederegisseur van je eigen behandeling."
Patiënt betrokkenheid biedt minder complicaties
Begin 2007 begon hij samen met internist Sabine Pinedo de Stichting Begeleide Zelfhulp voor trombose. Een trombosedienst die tegelijkertijd een zelfstandig behandelcentrum is. Deze anderhalve lijnszorg heeft volgens Kat de toekomst. "Sabine Pinedo zag op de poli vaak trombosepatiënten die vrijwel niets wisten van hun eigen aandoening", vertelt David Kat. "Patiënten weten weinig van de factoren die invloed hebben op de antistollingmedicijnen. Dit kan leiden tot overdiagnostiek en onnodige complicaties."
De internisten van de stichting (met als achterwacht de afdeling Vasculaire Geneeskunde van het AMC) begeleiden trombosepatiënten bij het meten van de antistolling in hun bloed. De patiënten staan via internet direct in contact met hun doseerartsen. De behandelaars houden niet alleen de bloedwaarden in de gaten, maar blijven tijdens de zelfzorg nauw betrokken bij de patiënten. "We brengen zorg naar de patiënt toe. Met onze zelfzorg zorgen we voor een beter geïnformeerde patiënt, meer therapietrouw, meer betrokkenheid bij de eigen behandeling en zo, uiteindelijk, minder complicaties."
Hoe gaat de begeleide zelfzorg bij trombose in zijn werk?
"Na aanmelding (door de patiënt of de behandelend arts) volgt een training 'zelfzorg' via internet. En vervolgens willen wij de patiënt zien voor een praktijktoets. We zijn gevestigd op meerdere plekken in Amsterdam (Praktijk Geervliet in Amsterdam Buitenveldert en het VU-ziekenhuis). Op zo'n 20 plekken in het land hebben we steunpunten bij apothekers. Deze apothekers zijn opgeleid om het intakegesprek en de praktijktoets te doen. Ook krijgen de patiënten een medicatiecheck. Als ze eenmaal meedraaien in het programma, komen de zelfzorgpatiënten elke drie maanden terug voor een controle. Dan kijken we hoe het met ze gaat, of ze goed met de apparatuur kunnen omgaan. En als het nodig is, ondersteunen we ze."
Patiënten krijgen eerst een training 'zelfzorg'. Wat houdt die training in?
"Voordat de zelfzorg van start gaat, trainen we patiënt via internet. E-learning dus. Hij leert over de
mechanismen van zijn ziekte en over het apparaat om de bloedstollingwaarden mee te meten. Na de e-learningmodule komt de patiënt bij ons langs voor een praktijktoets. Dan krijgt hij voor het eerst het point-of-care-apparaat in handen en indien geslaagd voor de praktijktoets, krijgt hij het in bruikleen mee naar huis."
Wat is een point-of-care-apparaat?
"Dat is een apparaatje op basis van nano-technologie waarbij een druppel bloed al voldoende is om de bloedwaarden te meten. Voor trombosepatiënten betekent dat een grote doorbraak. Bloedafname uit een ader in de elleboogplooi (eens in de paar weken) is een vervelende aangelegenheid en kost veel tijd. Wat ook fijn is van het zelfmeetapparaat: de uitslag is meteen bekend. Bij afwijkende waardes kun je dus meteen ingrijpen met medicatieaanpassing en zo mogelijk complicaties voorkomen."
Hoe begeleidt u de zelfzorgpatiënten?
"Patiënten krijgen eenvoudig toegang tot de zorgverlener via een patiëntenportaal op internet. Ze vullen de gegevens van hun point-of-care apparaat in op hun persoonlijke pagina. Wij hebben inzage in de gegevens, maar, na toestemming van de patiënt, ook hun specialist en huisarts. De zelfzorgpatiënten kunnen ons mailen en bellen. De drempel is laag. Al bij de kleinste vraag of onzekerheid heeft het zin om contact met ons op te nemen. Zo blijft de patiënt alert, hij leert over zijn ziekte en we kunnen snel bijsturen als er iets mis dreigt te gaan. We houden ook contact via Skype. Als iemand bijvoorbeeld een vraag heeft over het meetapparaat, kunnen via de internet-beeld-telefoon van Skype makkelijk laten zien hoe het probleem op te lossen is."
Wat is de rol van huisartsen in de begeleide zelfzorg?
"De betrokkenheid van de huisarts bij de trombosepatiënt vinden wij erg belangrijk. Nu komt het vaak voor dat de huisarts alleen de diagnose te horen krijgt. De patiënt 'loopt' voor zijn trombose bij de trombosedienst en gaat met andere klachten naar de huisarts. Wij geven de huisarts ook toegang tot de pagina van zijn patiënt in het patiëntenportaal. Hij blijft op de hoogte van de actuele bloedwaarde en veranderingen in de medicatie."
Hoe komt specialistische kennis bij de eerste lijn?
"Voor anderhalve lijnszorg is het essentieel dat medisch specialisten kennis overdragen aan huisartsen. Wij doen dat bijvoorbeeld met een nieuwsbrief met de laatste stand van zaken in medisch-wetenschappelijk onderzoek. Huisartsen kunnen zo kennis nemen van relevant onderzoek, waarvan anders alleen specialisten horen. Met onze nieuwsbrief zijn ook huisartsen en apothekers op de hoogte. De eerste nieuwsbrief verschijnt na de zomervakantie (2010). Verder stimuleren we huisartsen om ons te benaderen met vragen over hun trombosepatiënten. Of een symptoom te maken heeft met trombose. Om de precieze richtlijnen te begrijpen. Of om meer uit te vinden over mogelijke interacties."
Hoe zijn apothekers en wijkverpleegkundigen betrokken bij begeleide zelfzorg?
"In Amsterdam, maar ook op andere plekken in het land, is Buurtzorg betrokken bij ons trombosedienst. De HBO-V'ers helpen kwetsbare ouderen met thuismeten. Zij komen bij de patiënt thuis, kennen de situatie en hebben zicht op de therapietrouw. Zij koppelen terug wat ze zien, zodat wij samen kunnen bijsturen. Tijdens het bezoek van de wijkverpleging, kunnen wij doordoseren. Zo sluit de dosering goed aan op de actuele situatie. Apothekers houden de polyfarmacie in de gaten en wij laten de apothekers weten welke actie wij ondernemen. En vice versa. De eerste lijn ondersteunt ons met de intake en periodieke controles. Wij willen medisch specialistische kennis en kunde dicht bij de patiënt brengen."
Hoeveel trombosepatiënten doen aan begeleide zelfzorg?
"370.000 patiënten in Nederland krijgen medicijnen tegen bloedstolling. 340.000 van hen zitten om de paar weken bij een trombosedienst om de stollingsfactor te controleren. Zeker 100.000 trombosepatiënten zouden de controle over hun ziekte zelf kunnen doen, via begeleide zelfhulp. Zo'n 30.000 trombosepatiënten in Nederland krijgen momenteel begeleide zelfhulp. Bij ons, maar ook bij andere centra."
Zijn het trombosepatiënten met ingewikkelde problematiek?
"Wij hebben inderdaad veel patiënten met co-morbiditeit, die wij doorverwezen krijgen uit academische centra. Voor hen is het extra belangrijk om hun aandoening tussentijds in de gaten te houden en op tijd bij te sturen. Wij hebben patiënten uit alle lagen van de bevolking, zo zijn er schoonmakers onder onze patiënten en professoren. En opvallend veel artsen. Ook huisartsen. Ook zij vinden het veilig om hun aandoening niet alleen te monitoren, maar daar ook begeleiding bij te krijgen. Zij verwijzen vaak hun eigen patiënten dan weer naar ons door."
Hoe is de financiering geregeld?
"Onze zorg, die wordt verleend vanuit een Stichting zonder winstoogmerk, wordt vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Het is verzekerde zorg. Om de zelfzorg voor kwetsbare ouderen op te zetten hebben we een subsidie van het ministerie van VWS (M&ICT) gekregen."
Wat is het doel van de stichting?
"We willen de zorg verbeteren volgens het Chronic Care Model van de World Health Organization. De WHO zegt: de zorg is op lange termijn alleen betaalbaar door taakdelegatie (van de tweede lijn naar de eerste lijn, en van de arts naar verpleegkundigen) en door zelfmanagement. Wij willen de zorg niet alleen uitvoeren, maar ook een bijdrage leveren aan de wetenschap, dit doen wij onder andere door samenwerking met het VUmc en het AMC."
Wat zijn de resultaten?
"Tevreden patiënten, tevreden specialisten, tevreden huisartsen. De VU en de UvA doen onderzoek naar de effectiviteit; of de therapietrouw verbetert. Of er minder complicaties zijn. Het is nog even wachten op wetenschappelijk bewijs, maar in ons prettige patiëntcontact zien we de vruchten van onze aanpak. Om een voorbeeld te geven van duidelijke winst van begeleide zelfhulp: Cardioversie (een stroomstoot om een onregelmatig hartritme te herstellen) is alleen mogelijk bij een goede waarde van de bloedstolling. Het komt regelmatig voor dat het ziekenhuis een bed voor cardioversie heeft gereserveerd, maar dat de patiënt weer naar huis gestuurd wordt omdat de stolling niet goed is. Dat is vervelend voor de patiënt en duur voor het ziekenhuis. Wij laten patiënten een dag voor de geplande cardioversie zelfmeten, zodat op tijd duidelijk is of de patiënt goed is ingesteld en de cardioversie gewoon door kan gaan. Het geeft voldoening als wij er samen voor hebben gezorgd dat de patiënt inderdaad de gewenste ingreep kan ondergaan."
Toekomstplannen?
"We willen de begeleiding bij zelfzorg uitbreiden naar andere cardiovasculaire ziektes. Patiënten willen meer weten, willen meer doen. En daarmee kunnen zij hun artsen ondersteunen. Door zelfmanagement kan de zorg beter worden, terwijl de huisarts er minder inspanning voor hoeft te leveren."
Huisartsenpraktijk:Stichting begeleide zelfzorg
Plaats:Amsterdam
Contactpersoon:David Kat
E-mailadres:kat@begeleidezelfzorg.nl
Status:Structurele activiteit
Website:www.begeleidezelfzorg.nl/index.htm
De nieuwe praktijk is een initiatief van de LHV, het NHG en het ministerie van VWS.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor meer informatie over de applicatie van de Trombose Zorgcirkel gebaseerd op het VitalHealth Platform, neem contact op met VitalHealth Software via info@vitalhealthsoftware.nl of telefonisch via 0318 - 75 47 00.
Een interview met David Kat, innovatiedeskundige en secretaris Stichting Begeleide Zelfzorg

Een geïnformeerde trombosepatiënt weet wanneer hij aan de bel moet trekken. Bovendien zal iemand die zijn ziekte 'begrijpt', zijn medicijnen trouwer slikken. Stichting Begeleide Zelfzorg wil aantonen dat veel complicaties van medicaties te vermijden zijn. Door betere voorlichting aan de patiënt en optimale communicatie tussen huisarts, apotheek en trombosedienst.
Patiënt beter informeren over zijn eigen aandoening
Elk jaar worden er 34.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen door verkeerd medicijngebruik. Een kleine 10 % is het gevolg van verkeerd gebruik van antistollingsmedicijnen. De HARM-studie naar medicatieveiligheid zegt dat het aantal ziekenhuisopnames met 50% teruggebracht kan worden. "Een deel daarvan kan vermeden worden door de patiënt te informeren over zijn eigen aandoening," zegt David Kat, innovatiedeskundige en secretaris Stichting Begeleide Zelfzorg.
David Kat was zes jaar geleden patiënt in het AMC. Hij ondervond aan den lijve dat het prettig is als je bekend bent met de mechanismen van een ziekte. "Je weet wat de voor- en nadelen zijn van verschillende keuzes die je voorgelegd krijgt. Je kunt met de artsen meepraten als mederegisseur van je eigen behandeling."
Patiënt betrokkenheid biedt minder complicaties
Begin 2007 begon hij samen met internist Sabine Pinedo de Stichting Begeleide Zelfhulp voor trombose. Een trombosedienst die tegelijkertijd een zelfstandig behandelcentrum is. Deze anderhalve lijnszorg heeft volgens Kat de toekomst. "Sabine Pinedo zag op de poli vaak trombosepatiënten die vrijwel niets wisten van hun eigen aandoening", vertelt David Kat. "Patiënten weten weinig van de factoren die invloed hebben op de antistollingmedicijnen. Dit kan leiden tot overdiagnostiek en onnodige complicaties."
De internisten van de stichting (met als achterwacht de afdeling Vasculaire Geneeskunde van het AMC) begeleiden trombosepatiënten bij het meten van de antistolling in hun bloed. De patiënten staan via internet direct in contact met hun doseerartsen. De behandelaars houden niet alleen de bloedwaarden in de gaten, maar blijven tijdens de zelfzorg nauw betrokken bij de patiënten. "We brengen zorg naar de patiënt toe. Met onze zelfzorg zorgen we voor een beter geïnformeerde patiënt, meer therapietrouw, meer betrokkenheid bij de eigen behandeling en zo, uiteindelijk, minder complicaties."
Hoe gaat de begeleide zelfzorg bij trombose in zijn werk?
"Na aanmelding (door de patiënt of de behandelend arts) volgt een training 'zelfzorg' via internet. En vervolgens willen wij de patiënt zien voor een praktijktoets. We zijn gevestigd op meerdere plekken in Amsterdam (Praktijk Geervliet in Amsterdam Buitenveldert en het VU-ziekenhuis). Op zo'n 20 plekken in het land hebben we steunpunten bij apothekers. Deze apothekers zijn opgeleid om het intakegesprek en de praktijktoets te doen. Ook krijgen de patiënten een medicatiecheck. Als ze eenmaal meedraaien in het programma, komen de zelfzorgpatiënten elke drie maanden terug voor een controle. Dan kijken we hoe het met ze gaat, of ze goed met de apparatuur kunnen omgaan. En als het nodig is, ondersteunen we ze."
Patiënten krijgen eerst een training 'zelfzorg'. Wat houdt die training in?
"Voordat de zelfzorg van start gaat, trainen we patiënt via internet. E-learning dus. Hij leert over de
mechanismen van zijn ziekte en over het apparaat om de bloedstollingwaarden mee te meten. Na de e-learningmodule komt de patiënt bij ons langs voor een praktijktoets. Dan krijgt hij voor het eerst het point-of-care-apparaat in handen en indien geslaagd voor de praktijktoets, krijgt hij het in bruikleen mee naar huis."Wat is een point-of-care-apparaat?
"Dat is een apparaatje op basis van nano-technologie waarbij een druppel bloed al voldoende is om de bloedwaarden te meten. Voor trombosepatiënten betekent dat een grote doorbraak. Bloedafname uit een ader in de elleboogplooi (eens in de paar weken) is een vervelende aangelegenheid en kost veel tijd. Wat ook fijn is van het zelfmeetapparaat: de uitslag is meteen bekend. Bij afwijkende waardes kun je dus meteen ingrijpen met medicatieaanpassing en zo mogelijk complicaties voorkomen."
Hoe begeleidt u de zelfzorgpatiënten?
"Patiënten krijgen eenvoudig toegang tot de zorgverlener via een patiëntenportaal op internet. Ze vullen de gegevens van hun point-of-care apparaat in op hun persoonlijke pagina. Wij hebben inzage in de gegevens, maar, na toestemming van de patiënt, ook hun specialist en huisarts. De zelfzorgpatiënten kunnen ons mailen en bellen. De drempel is laag. Al bij de kleinste vraag of onzekerheid heeft het zin om contact met ons op te nemen. Zo blijft de patiënt alert, hij leert over zijn ziekte en we kunnen snel bijsturen als er iets mis dreigt te gaan. We houden ook contact via Skype. Als iemand bijvoorbeeld een vraag heeft over het meetapparaat, kunnen via de internet-beeld-telefoon van Skype makkelijk laten zien hoe het probleem op te lossen is."
Wat is de rol van huisartsen in de begeleide zelfzorg?
"De betrokkenheid van de huisarts bij de trombosepatiënt vinden wij erg belangrijk. Nu komt het vaak voor dat de huisarts alleen de diagnose te horen krijgt. De patiënt 'loopt' voor zijn trombose bij de trombosedienst en gaat met andere klachten naar de huisarts. Wij geven de huisarts ook toegang tot de pagina van zijn patiënt in het patiëntenportaal. Hij blijft op de hoogte van de actuele bloedwaarde en veranderingen in de medicatie."
Hoe komt specialistische kennis bij de eerste lijn?
"Voor anderhalve lijnszorg is het essentieel dat medisch specialisten kennis overdragen aan huisartsen. Wij doen dat bijvoorbeeld met een nieuwsbrief met de laatste stand van zaken in medisch-wetenschappelijk onderzoek. Huisartsen kunnen zo kennis nemen van relevant onderzoek, waarvan anders alleen specialisten horen. Met onze nieuwsbrief zijn ook huisartsen en apothekers op de hoogte. De eerste nieuwsbrief verschijnt na de zomervakantie (2010). Verder stimuleren we huisartsen om ons te benaderen met vragen over hun trombosepatiënten. Of een symptoom te maken heeft met trombose. Om de precieze richtlijnen te begrijpen. Of om meer uit te vinden over mogelijke interacties."
Hoe zijn apothekers en wijkverpleegkundigen betrokken bij begeleide zelfzorg?
"In Amsterdam, maar ook op andere plekken in het land, is Buurtzorg betrokken bij ons trombosedienst. De HBO-V'ers helpen kwetsbare ouderen met thuismeten. Zij komen bij de patiënt thuis, kennen de situatie en hebben zicht op de therapietrouw. Zij koppelen terug wat ze zien, zodat wij samen kunnen bijsturen. Tijdens het bezoek van de wijkverpleging, kunnen wij doordoseren. Zo sluit de dosering goed aan op de actuele situatie. Apothekers houden de polyfarmacie in de gaten en wij laten de apothekers weten welke actie wij ondernemen. En vice versa. De eerste lijn ondersteunt ons met de intake en periodieke controles. Wij willen medisch specialistische kennis en kunde dicht bij de patiënt brengen."
Hoeveel trombosepatiënten doen aan begeleide zelfzorg?
"370.000 patiënten in Nederland krijgen medicijnen tegen bloedstolling. 340.000 van hen zitten om de paar weken bij een trombosedienst om de stollingsfactor te controleren. Zeker 100.000 trombosepatiënten zouden de controle over hun ziekte zelf kunnen doen, via begeleide zelfhulp. Zo'n 30.000 trombosepatiënten in Nederland krijgen momenteel begeleide zelfhulp. Bij ons, maar ook bij andere centra."
Zijn het trombosepatiënten met ingewikkelde problematiek?
"Wij hebben inderdaad veel patiënten met co-morbiditeit, die wij doorverwezen krijgen uit academische centra. Voor hen is het extra belangrijk om hun aandoening tussentijds in de gaten te houden en op tijd bij te sturen. Wij hebben patiënten uit alle lagen van de bevolking, zo zijn er schoonmakers onder onze patiënten en professoren. En opvallend veel artsen. Ook huisartsen. Ook zij vinden het veilig om hun aandoening niet alleen te monitoren, maar daar ook begeleiding bij te krijgen. Zij verwijzen vaak hun eigen patiënten dan weer naar ons door."
Hoe is de financiering geregeld?
"Onze zorg, die wordt verleend vanuit een Stichting zonder winstoogmerk, wordt vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Het is verzekerde zorg. Om de zelfzorg voor kwetsbare ouderen op te zetten hebben we een subsidie van het ministerie van VWS (M&ICT) gekregen."
Wat is het doel van de stichting?
"We willen de zorg verbeteren volgens het Chronic Care Model van de World Health Organization. De WHO zegt: de zorg is op lange termijn alleen betaalbaar door taakdelegatie (van de tweede lijn naar de eerste lijn, en van de arts naar verpleegkundigen) en door zelfmanagement. Wij willen de zorg niet alleen uitvoeren, maar ook een bijdrage leveren aan de wetenschap, dit doen wij onder andere door samenwerking met het VUmc en het AMC."
Wat zijn de resultaten?
"Tevreden patiënten, tevreden specialisten, tevreden huisartsen. De VU en de UvA doen onderzoek naar de effectiviteit; of de therapietrouw verbetert. Of er minder complicaties zijn. Het is nog even wachten op wetenschappelijk bewijs, maar in ons prettige patiëntcontact zien we de vruchten van onze aanpak. Om een voorbeeld te geven van duidelijke winst van begeleide zelfhulp: Cardioversie (een stroomstoot om een onregelmatig hartritme te herstellen) is alleen mogelijk bij een goede waarde van de bloedstolling. Het komt regelmatig voor dat het ziekenhuis een bed voor cardioversie heeft gereserveerd, maar dat de patiënt weer naar huis gestuurd wordt omdat de stolling niet goed is. Dat is vervelend voor de patiënt en duur voor het ziekenhuis. Wij laten patiënten een dag voor de geplande cardioversie zelfmeten, zodat op tijd duidelijk is of de patiënt goed is ingesteld en de cardioversie gewoon door kan gaan. Het geeft voldoening als wij er samen voor hebben gezorgd dat de patiënt inderdaad de gewenste ingreep kan ondergaan."
Toekomstplannen?
"We willen de begeleiding bij zelfzorg uitbreiden naar andere cardiovasculaire ziektes. Patiënten willen meer weten, willen meer doen. En daarmee kunnen zij hun artsen ondersteunen. Door zelfmanagement kan de zorg beter worden, terwijl de huisarts er minder inspanning voor hoeft te leveren."
Huisartsenpraktijk:Stichting begeleide zelfzorg
Plaats:Amsterdam
Contactpersoon:David Kat
E-mailadres:kat@begeleidezelfzorg.nl
Status:Structurele activiteit
Website:www.begeleidezelfzorg.nl/index.htm
De nieuwe praktijk is een initiatief van de LHV, het NHG en het ministerie van VWS.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor meer informatie over de applicatie van de Trombose Zorgcirkel gebaseerd op het VitalHealth Platform, neem contact op met VitalHealth Software via info@vitalhealthsoftware.nl of telefonisch via 0318 - 75 47 00.
- Home
- Referenties
- Referenties

















